Gemeente Barneveld

 Politieke partij

Maidenspeech Ingrid Lether

Dank u wel voorzitter.

Voorzitter, ik heb begrepen dat het gebruikelijk is bij een maidenspeech in een paar zinnen iets te vertellen over het hoe en waarom van je raadslidmaatschap. Die paar zinnen zijn voor mij meestal een uitdaging, maar in mijn geval kan ik het in één woord samenvatten: toeval.

Bij toeval groeide ik op in Brielle. U weet wel, waar Alva op 1 april z’n bril verloor. Een rebellenstad waar staatkundige geschiedenis werd geschreven. Opgegroeid in de jaren 60 en 70, met de muziek van die jaren. En vooral met de protestsongs uit die tijd, gericht op de teloorgang van de natuur en tegen milieuvervuiling. En dat onder de rook van Pernis en De Botlek. In mijn jeugd was de nacht regelmatig oranje gekleurd door het affakkelen van giftig afval.
Bij toeval ook kwam ik op scholen terecht waar het ontwikkelen van een brede interesse sterk gestimuleerd werd, en mede daarom viel de studiekeuze op biologie. Eveneens bij toeval kwamen mijn man en ik 30 jaar geleden in Voorthuizen terecht. En tenslotte kwam er bij toeval iets anders op het pad van mijn voorganger, en zo sta ik hier nu.

Een beetje een Briels-rebelse bioloog, qua politiek en maatschappelijk engagement gevoed door de jaren 60 en 70, met een brede algemene ontwikkeling, kennis en ervaring. En kennis en ervaring wordt waardevoller als je ze deelt.

Daarom neem ik u nu graag mee in vier biologieweetjes, als onderbouwing voor waarom Lokaal Belang deze motie mede ingediend heeft.

  1. Ecosystemen zijn in het ideale geval in een dynamisch evenwicht. Een evenwicht tussen de hoeveelheid eten voor prooidieren, de hoeveelheid prooidieren, en de hoeveelheid roofdieren. Veel gras = veel herten = een groeiende wolvenpopulatie. Meer herten = minder gras. Minder gras en meer wolven = minder herten. Minder herten = minder wolven en weer meer gras. Een dynamisch evenwicht.
    En in theorie klopt het. Dat zeggen de wolvenexperts ook. ‘We krijgen vanzelf een evenwicht”. Jawel, maar niet in de huidige praktijk. Want in de praktijk schakelt de wolf over op schapen als er minder herten zijn. Dan krijg je meer schapen = meer wolven. Evenwicht krijg je pas als de mens z’n rol in het ecosysteem ook goed kan spelen. Wolven hoeven daarbij niet uitgeroeid te worden, want je krijgt inderdaad een prima evenwicht tussen wolven en hun prooien als ze in het bos blijven. Wat nodig is, is de mogelijkheid ze daar te houden, en ze te verjagen uit agrarisch gebied, waar ze niet hun normale habitat hebben.
       
  2. In slechte winters gaan schuwe, voorzichtigere wolven eerder dood van de honger. Honger is een sterke drijfveer. Brutale, ondernemende wolven wagen zich in hongerwinters in de buurt van boerderijen en doden daar vee, en overleven daarmee de winters wél. Als ze niet worden bejaagd, zijn het dus deze brutalere wolven die zich beter kunnen voortplanten. Jagen we wél, dan zijn het ook in zware winters toch de schuwe wolven die meer kans op overleven en voortplanten hebben.
    En zo zijn de wolven die hier nu rondlopen jarenlang door de mens onbewust geselecteerd op ondernemend, onbevreesd gedrag. Niet langer heel erg schuw of bang voor de mens.
     
  3. Honger is een sterke drijfveer. Een roofdier doodt een prooi omdat-ie honger heeft. Het is afgelopen maanden regelmatig voorgekomen dat er meerdere schapen zijn gedood of aangevallen, zonder te zijn opgegeten. Een wolf die meerdere schapen aanvalt maar ze niet opeet, doet iets ongewoons.
     
  4. Er zijn zo’n 100.000 wolven. Hun IUCN [1] status is: niet bedreigd, stabiele populatie. Er lijkt dus geen noodzaak voor de extreem beschermde status van de wolf te zijn.


En deze weetjes leiden ons tot de volgende samenvatting:

  • Volgens IUCN is de wolf geen bedreigde diersoort.
  • We hebben niet meer te maken met schuwe wolven die de mens mijden. Dat blijkt ook uit alle ontmoetingen op klaarlichte dag. We hebben daarmee ook te maken met angst onder inwoners.
  • We lijken te maken te hebben met wolven die ‘voor de lol’ doden. We hebben daarmee te maken met wolven die afwijkend gedrag vertonen.
  • We hebben te maken met dierenleed. Aangevallen dieren die urenlang liggen te lijden voordat ze worden gevonden, omdat wolven meer dieren aanvallen dan doden en eten. En daarmee hebben we uiteraard ook te maken met menselijk leed. Niemand wil zijn dieren zo vinden.
  • We hebben te maken met wolvenaanvallen die in veel gevallen niet te voorkomen zijn. Dieren binnen houden of overal hoge hekken plaatsen is slechts een tijdelijke oplossing. Een noodzakelijke oplossing, zolang we geen andere mogelijkheden hebben, maar uiteindelijk kunnen we ons buitengebied niet vol zetten met hekken, dat belemmert ook ander wild. We hebben bovendien recent nog gezien hoe makkelijk ze zelfs over de hekken van het Nationaal Park klimmen.
  • En zolang de mens wolven niet opnieuw bang maakt, is de selectiedruk nog altijd richting steeds brutaler. Tot ze écht geen respect meer voor de mens hebben.


Concluderend:

Het gaat qua aantallen goed met de wolf. Er is geen reden voor een streng beschermde status. Het is hard nodig om de EU daarvan te overtuigen, zodat er ruimte komt om de wolf te beheren. De provincie Gelderland is goed bezig met het verzoek om in de gehele provincie te mogen ‘paintballen’, maar dat is vermoedelijk niet genoeg.

Voorzitter, wij vragen het college: zet al uw invloed in om via de provincie of rijksoverheid ervoor te zorgen dat wij de mogelijkheid krijgen om in agrarisch gebied de wolf te verjagen, en zo nodig te bejagen. Ik heb u onze argumenten aangereikt om dit kracht bij te zetten.

Dank u wel.


[1] International Union for Conservation of Nature

 

Bijdrage van LB-raadslid Ingrid Lether in de raadsvergadering van 7 februari 2024 bij de behandeling van de Motie vreemd aan de agenda: Beheersing wolven (Indieners: SGP, Lokaal Belang en ChristenUnie). De (gewijzigde) motie werd unaniem aangenomen.

content image