Gemeente Barneveld

 Politieke partij

LB over windmolens

content image

Lokaal Belang vindt dat windmolens industriële inrichtingen zijn en geen overlast mogen veroorzaken; dus horen windmolens niet thuis in de nabijheid van woningen, mooie recreatiegebieden zoals Zeumeren of versnipperd over het mooie en evenzeer toeristische buitengebied. Gelet op de bevolkingsdichtheid van onze gemeente, en de relatief lage windintensiteit, is Lokaal Belang van mening dat onze gemeente niet geschikt is voor het plaatsen van grote windmolens. Lokaal Belang zal zich daarom inzetten om het plaatsen van windmolens in onze gemeente te voorkomen en zich inspannen voor de realisatie van alternatieve bronnen van duurzame energie.
 
Indien er toch windmolens worden geplaatst, moet de gemeente ook regelen dat omwonenden die schade lijden, bijvoorbeeld in de vorm van vermindering van de waarde van hun huis, door de initiatiefnemers worden gecompenseerd. Het is immers niet rechtvaardig dat de kosten van verduurzaming bij een toevallige kleine groep mensen terecht komen. Die kosten moeten worden gedragen door hen die met deze windmolens geld verdienen en /of de samenleving als geheel.
 
Verder gaan de ontwikkelingen inzake duurzame energie razendsnel en is het van belang om daar steeds flexibel op in te springen. De windmolens op zee hebben inmiddels zo’n hoge efficiency, dat zij zonder subsidie kunnen worden geëxploiteerd. Door de ontwikkelingen op zee zullen verdere windmolens op land dan ook niet meer noodzakelijk zijn. 

Tekst verkiezingsprogramma december 2017

Schriftelijke vragen proces windenergie d.d. 25 mei

26-05-2020


Geacht College, 
 
Op basis van de organisatieverordening van de gemeenteraad artikel 42, stelt de fractie van Lokaal Belang schriftelijke vragen aangaande (het proces van) windenergie in de gemeente Barneveld. 
 
Inleiding  
Lokaal Belang vindt dat windturbines industriële inrichtingen zijn en het kostbare landschap en de natuur verpesten, slecht zijn voor het welzijn van mens en dier en op allerlei manieren overlast veroorzaken. Het is heel naar te moeten kunnen constateren dat het ‘duurzaamheidsdenken’, waar wij overigens voorstander van zijn, doorgeslagen is in maatregelen in die juist slecht zijn voor onze samenleving. Wij als volksvertegenwoordigers behoren op te komen voor onze inwoners en de samenleving als geheel. Lokaal Belang zal zich daarom blijven inzetten om het plaatsen van windturbines in onze gehele gemeente te voorkomen, ook op de Harselaar en zich inspannen voor de realisatie van alternatieve bronnen van duurzame energie, zoals bijvoorbeeld voorgesteld in onze alternatieve energiemix 2.0 van maart 2020. 
 
Anders dan in vele andere landen, zoals Duitsland, bestaan in Nederland geen regels die een minimale afstand tussen woningen en windturbines voorschrijven. Er zijn wel twee geluidsnormen 47dB Lden (het gemiddelde voor dag, avond en nacht) en 41dB Lnight (het gemiddelde voor de nacht). Dit zijn echter boterzachte normen omdat het om jaargemiddelden gaat. Deze normen maken het mogelijk dat het ontbreken van windmolengeluid in windstille weken wordt gecompenseerd met het veel hardere geluid in weken dat het veel waait. Ofwel, de ene nacht kunnen omwonenden van de herrie niet slapen en de andere nacht wel. Het niet goed kunnen slapen is meestal één van de eerste dingen waar omwonenden problemen mee krijgen. Lokaal Belang vindt dat deze en andere klachten van omwonenden bij al gerealiseerde windturbines veel serieuzer moeten worden genomen. 

Eerdere vragen en conclusies
Op 28 februari jl. hebben wij, n.a.v. de MER (Milieueffectrapport structuurvisie windenergie in Barneveld; ingekomen stuk B-3.26b bij de raadsagenda van 5 februari 2020), schriftelijke vragen gesteld, die tot op heden niet zijn beantwoord. Volgens de organisatieverordening van de gemeenteraad dient beantwoording van dergelijke vragen binnen 30 dagen plaats te vinden. Het is inmiddels 3 maanden later.
Uit deze oorverdovende stilte moeten wij wel concluderen dat de zorgen die tot onze vragen van 28 februari hebben geleid, door u niet weggenomen kunnen worden dan wel op juiste veronderstellingen zijn gebaseerd; namelijk:

  • Dat de in de MER gehanteerde afstand van 400 meter tot woningen:
    - in strijd is met het uitgangspunt van 4x de as-hoogte windturbines (bijv. 600 meter bij een ashoogte van 150 meter) opgenomen in de door de raad vastgestelde Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en
    - ook in strijd is met de toezeggingen van het college in reactie op schriftelijke en mondelinge vragen van Lokaal Belang om minimaal een afstand van 4 x de as-hoogte aan te houden.  
  • Dat u, in tegenstelling tot een eerdere toezegging dit niet te doen, opnieuw de indruk wekt dat in het relatief dicht bevolkte buitengebied de afstand tussen woningen en windturbines kleiner mag zijn dan t.o.v. woningen in de kernen. Dit betekent dat u de 35.000 burgers in het buitengebied dus discrimineert t.o.v. burgers die in de kernen wonen.
  • Dat de invloed van geluid en slagschaduw op woningbouwontwikkelingen in Barneveld-Noord en Voorthuizen-Zuid (voorheen ‘Zeumeren’ genoemd, nu ‘Harselaar’) en de gevolgen voor het landschap niet zijn verkend in de MER.
  • Dat u niet met onafhankelijke onderzoeken kunt onderbouwen dat de geluidsbelasting op de gevels van woningen beneden de wettelijke normen van 47dB Lden en 41dB Lnight blijft als er een minimale afstand van 400 meter tussen windturbines en woningen wordt aangehouden. 
  • Dat u zelfs geen poging doet om te toetsen aan de wettelijke norm voor windturbinegeluid in de nachtelijke uren (41dBnight), terwijl een goede nachtrust heel erg belangrijk is.
  • Dat de door u in de MER geïntroduceerde nieuwe afstandsregel van 400 meter willekeurig is en/of is gebaseerd op de verkoopverhalen van de, economisch belanghebbende, fabrikanten en exploitanten van windturbines.


Vervolg vragen n.a.v. het advies van de landelijke commissie MER d.d. 2 april jl.
In het conceptadvies van de commissie MER (pg. 1 regel 40) lezen wij: “… dat voor de latere besluitvorming over de structuurvisie belangrijke milieu-informatie nodig is die nu nog ontbreekt in het MER” en (noot 5)  “De vraag of de milieu-informatie ook voor dit vervolgtraject (bedoeld wordt de besluitvorming over de structuurvisie) compleet is, is geen onderdeel van bovenstaand oordeel.” 

  1. Uit deze passages maken wij op dat het in opdracht van de gemeente uitgevoerde MER onderzoek en het MER rapport, dus niet ter onderbouwing kan dienen van de door de gemeenteraad te maken keuzes in het kader van de volgend jaar vast te stellen structuurvisie windenergie.  
    a. Is dit juist?  
    b. Zo nee, dan verzoeken wij u om uw antwoord te motiveren. 
  2. Zo ja, dan hebben wij de volgende vraag: Op 13 december 2017 (en met een vervolg op 30 januari 2019) heeft de gemeenteraad middels de NRD besloten dat er een MER onderzoek moest worden uitgevoerd teneinde de raad in staat te stellen om de locaties te kunnen bepalen waar eventueel windturbines kunnen worden geplaatst. “Tijdens het onderzoek (MER) worden vervolgens alle relevante milieuaspecten onderzocht en gewogen, zodat dit een belangrijke inbreng is om tot een zorgvuldige locatiekeuze te komen.”
    a. Hoe kan het nu zijn dat het resultaat van dit onderzoek niet geschikt is voor dat doel?  
    b. Komt dit door een gebrekkige kwaliteit van - en/of lacunes in het onderzoek?  Zo nee, waardoor komt dit dan?  
    c. Is dat niet zonde van al het geld dat er al in gestoken is (120.000 euro)? 
  3. Gelet op regels 20 tot en met 24 op pg. 1 en de eerste 15 regels op pg. 2, begrijpen wij dat de commissie MER het uitgevoerde onderzoek en rapport ziet als een poging van het college om haar eigen ‘Voorkeursalternatief’ te onderbouwen.
    a. Is dit gebeurd op verzoek van het college? Zo ja, dan is dit toch in strijd met het besluit van de raad d.d. 30 januari 2019?  
    Graag uw antwoord motiveren.
    b. En betekent dit dat er nog een tweede MER komt die wel voldoende kwaliteit en diepgang heeft (zie ook vraag 22) om te kunnen fungeren als onderbouwing van de t.z.t. door de raad te nemen zorgvuldige beslissing over de structuurvisie windenergie? 
  4. De commissie MER is in haar conceptadvies behoorlijk kritisch over de kwaliteit van het MER windenergie in de gemeente Barneveld. Op 18 mei heeft het college een gesprek gehad met de landelijke commissie MER over dit conceptadvies.  
    a. Wat was het doel van dit gesprek? Had het college bijvoorbeeld een nadere toelichting nodig? Of wilde het college de commissie MER nader informeren en bewegen het conceptadvies aan te passen?  
    b. Wanneer kunnen wij als raad het verslag van dit MER-overleg tegemoet zien?
    c. Welk gevolg geeft u aan dit gesprek? 


Vriendelijke groeten, 
 
Mijntje Pluimers
Gonda Lenters 

 

Lees verder

Schriftelijke vragen aangaande (het proces van) windenergie in de gemeente Barneveld

27-02-2020


Geacht College, 

Op basis van de organisatieverordening van de gemeenteraad artikel 42, stelt de fractie van Lokaal Belang schriftelijke vragen aangaande (het proces van) windenergie in de gemeente Barneveld. 
NB: Kaart in het groot onderaan de vragen.
 

Inleiding
Lokaal Belang vindt dat windturbines industriële inrichtingen zijn en geen overlast mogen veroorzaken; dus horen windturbines niet thuis in de nabijheid van woningen, mooie landschappelijke- en recreatiegebieden zoals Zeumeren en de omgeving van Terbroek of versnipperd over het mooie en evenzeer toeristische buitengebied van onze gehele gemeente. Gelet op de bevolkingsdichtheid van onze gemeente en de relatief lage windintensiteit is Lokaal Belang van mening dat onze gemeente niet geschikt is voor het plaatsen van grote windturbines. Lokaal Belang zal zich daarom inzetten om het plaatsen van windturbines in onze gehele gemeente te voorkomen, ook op de Harselaar, en zich inspannen voor de realisatie van alternatieve bronnen van duurzame energie, zoals bijvoorbeeld voorgesteld in onze alternatieve energiemix uit 2018

Anders dan in vele andere landen, zoals Duitsland, bestaan in Nederland geen regels die een minimale afstand tussen woningen en windturbines voorschrijven. Er zijn wel twee geluidsnormen: 47dB Lden (het gemiddelde voor dag, avond en nacht) en 41dB Lnight (het gemiddelde voor de nacht). Dit zijn echter boterzachte normen omdat het om jaargemiddelden gaat. Deze normen maken het mogelijk dat het ontbreken van windmolengeluid in windstille weken wordt gecompenseerd met het geluid in weken dat het veel waait. Ofwel, de ene nacht kunnen omwonenden van de herrie niet slapen en de andere nacht wel. Het niet goed kunnen slapen is meestal één van de eerste dingen waar omwonenden problemen mee krijgen. (1)
Lokaal Belang vindt dat deze en andere klachten van omwonenden bij al gerealiseerde windturbines veel serieuzer moeten worden genomen. Alvorens vragen te stellen over het geluid van windturbines, hebben wij echter eerst nog enkele vragen over het proces.

Proces
In de Barneveldse Krant van 21 februari jl. staat dat tijdens de door Tegenwind Terbroek georganiseerde informatieavond op 20 februari de aanwezige wethouder stelde dat het college de locaties 1 t/m 4 in westelijk Barneveld buiten de locatiestudie voor grootschalige windenergie houdt. Gelet ook op het besluit in de RES Foodvalley om grootschalige windenergie vooral rondom infrastructuur te willen organiseren, heeft het college, kennelijk, besloten om de locaties voor grootschalige windenergie terug te brengen van 5 naar 1. De inhoud van het krantenartikel komt ook overeen met wat wij als aanwezigen tijdens de informatieavond hebben gehoord.

  1. Betekenen de bovenstaande uitspraken dat de inwoners van de gehele gemeente Barneveld er nu zeker vanuit mogen gaan dat er inderdaad definitief geen grote windturbines komen op andere locaties dan Harselaar? Graag een toelichting.
  2. Betekenen deze uitspraken dat het college een voorschot heeft genomen op de inhoud van de concept structuurvisie die naar verwachting in september en oktober 2020 aan de raad ter besluitvorming zal worden voorgelegd? In de raadsvergadering van 5 februari jl. stelde het college nog dit niet te willen doen. Graag een toelichting.
  3. Hoe verhoudt deze plotselinge wijziging in het proces zich tot de wens van de meerderheid van de raad om in de commissie van begin maart in gesprek te gaan over de aanpak van de winddialoog voor de gehele gemeente Barneveld? 

Reacties omwonenden
In uw memo d.d. 18 februari jl. getiteld ‘winddialoog’ beklaagt het college zich over de reacties van omwonenden op de door het college in de MER genoemde geschikte locaties. Het college klaagt over ‘polarisatie’ en dat bewoners en ondernemers hun energie richten op het tegenhouden van windturbines.  

  1. Is het niet het recht van iedere Nederlander om zich te verenigen en zich uit te spreken en te debatteren over beleid en zaken als een MER waarin windmolenlocaties worden aangewezen die volgens het college geschikt zijn?
  2. Zo ja, waarom beklaagt uw college zich dan over de gevoelens van inwoners en hun inzet om de plaatsing van deze ziekmakende en landschapsverpestende windturbines te voorkomen?
  3. En zijn de verschillende reacties ook niet des te begrijpelijker gelet op uw procesmemo d.d. 16 januari jl. waarin staat dat de winddialoog moet gaan over het HOE van het realiseren van windenergie en dus niet over de locatiekeuze zelf? Oftewel, u roept deze begrijpelijke reacties en gevoelens toch zelf op?
  4. Als u een vrije gedachtewisseling wilt in de winddialoog, had u dan niet beter het door Lokaal Belang op 5 februari jl. voorgestelde amendement kunnen omarmen? Zo nee, waarom niet?  

Buurtmolens
Wij hebben verder gehoord dat met de inwoners/omwonenden van de locaties 1 t/m 4 wel intensieve gesprekken zullen worden gevoerd over het kleinschalig opwekken van duurzame energie, waaronder buurtmolens.

  1. Volgens de MER is een buurtmolen een windmolen met een maximale as-hoogte van 70 meter en een tiphoogte van 100 meter, hetgeen dus eigenlijk een grote windmolen is. Is het niet beter om het woord ‘buurtmolen’ niet meer te gebruiken voor deze toch wel forse windturbines, teneinde verwarring te voorkomen en te voorkomen dat omwonenden onbedoeld op het verkeerde been worden gezet? Immers volgens www.buurtmolen.nl is een buurtmolen een molen met een as-hoogte van 35 meter.

400 meter afstand
Met verbijstering en zorg lezen wij op blz. 20 en 21 uit de MER (en bijlage 3) dat het college nu een algemene afstand van 400 meter tot woningen wil gaan hanteren i.p.v. 4x de as-hoogte (respectievelijk 480 of 600 meter dus), die in Nederland altijd als een soort vuistregel (2,3) wordt aangehouden ten einde de geluidsnormen niet te overschrijden. Op blz. 21 geeft u hiervoor als motivatie dat er anders te weinig locaties overblijven en het zou voor wat betreft het geluid niet altijd nodig zijn.  

  1. In het kader van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), vastgesteld in de raad van 30 januari 2019, is afgesproken dat bij het zoeken naar geschikte locaties minimaal een afstand van 4x de as-hoogte tot woningen zou worden aangehouden. Dat zou ook gelden voor de 35.000 inwoners van het buitengebied zodat zij niet als tweederangs burgers zouden worden behandeld. Wij verwijzen hiervoor naar onze vragen d.d. 21-01-2019 (met name vraag 1) en uw antwoorden d.d. 25-01-2019, alsmede de bevestiging van e.e.a. door de verantwoordelijke wethouder in de raad van 30 januari 2019. Kort samengevat kwam uw antwoord erop neer dat een kortere afstand dan 4x de as-hoogte alleen aan de orde zou zijn bij ‘molenaarswoningen’ als bedoeld op blz. 2 van bijlage 4 bij de NRD. Moeten wij uit deze MER nu afleiden dat u deze toezegging niet nakomt? Graag een toelichting.
  2. In tabel 1.1. blz. 22 van de milieutechnische en ruimtelijke analyse lezen wij dat u als uitgangspunt voor de afstand tot woningen in het buitengebied d.w.z. ‘verspreid liggende woningen’ de afstanden 140-240-300 meter hanteert i.p.v. 280-480-600 bij meer dichte bebouwing. Bedoelt u met ‘verspreid liggende woningen’ de molenaarswoningen zoals gedefinieerd op blz. 2 van bijlage 4 bij de NRD en zoals bedoeld in uw antwoord d.d. 25-01-2019?
  3. En zo ja, bent u dan bereid om dit vast te leggen in een addendum bij de MER of concept structuurvisie? Zo nee, waarom niet?
  4. Is het college het met ons eens dat de MER, gelet op vraag 1, niet voldoet aan de door de raad vastgestelde NRD waarmee opdracht is gegeven voor de MER? Graag een toelichting.
  5. Wij begrijpen uit de MER dat het college zich op het standpunt stelt dat buiten de cirkel van 400 meter wordt voldaan aan de wettelijke geluidsnormen. Waarop baseert u die stelling? Wij zien hiervoor namelijk geen onderbouwing in deze MER. Graag een toelichting. 


Nieuwbouw en bestaande bouw in o.a. Barneveld en Voorthuizen
Op blz. 4 van bijlage 3 lezen wij verder: “Omdat voor de ruimtelijke ontwikkelingen voor woningbouw (zie 3.3 in de hoofdtekst) nog niet bekend is waar precies geluidgevoelige objecten (woningen) worden gerealiseerd, is in deze verkenning nog geen contour van 4 x ashoogte om deze ontwikkelingen voor woningbouw gelegd. Het gaat om de volgende ontwikkelingen:
• Woningbouwontwikkeling aan de zuidzijde van de gemeente Barneveld;
• Woningbouwontwikkeling Barneveld-noord;
• Woningbouwontwikkeling Voorthuizen (deels als vastgesteld bestemmingsplan Holzenbosch).”

  1. Gezien de ontwikkelingen per 20 februari jl. (zie vraag 1) en de invloed van o.a. geluid- en slagschaduw komt het er ons inziens op neer dat toekomstige én ook huidige bewoners (rondom locatie 5) van onder andere Barneveld-Noord (bv. Bloemendal, Vliegersveld-De Vaarst), Voorthuizen-Zuid en de verspreid liggende woningen in deze omgeving, geconfronteerd kunnen gaan worden met zeer hoge windturbines en de invloed daarvan op hun woonomgeving en welzijn, zonder dat er een ‘verkenning’ heeft plaatsgevonden. Overigens zien wij ook de wijk Norschoten en het buitengebied van Kootwijkerbroek onder de invloedsfeer van de geplande windturbines.
    Bent u het met ons eens dat dit een onvolledig beeld aan (toekomstige) inwoners geeft? De contouren van de toekomstige woonwijken zijn tenslotte al bekend.
    Zo nee, waarom niet? Zie de foto ter illustratie.

Geluid
Op blz. 41 van de MER en blz. 2 van bijlage 4 wordt ter onderbouwing van de 400 meter cirkel verwezen naar een TNO onderzoek (4), maar in dat onderzoek is geen geluid gemeten. Wij lezen dat men is uitgegaan van de door de fabrikanten van windturbines opgegeven geluidsspecificaties. Maar deze fabrikanten zijn economisch belanghebbend bij het plaatsen van windturbines en dus lijkt ons dit geen goed uitgangspunt.  

  1. Bent u het daarmee eens? Graag een toelichting.
  2. Zijn er onderzoeken waarbij daadwerkelijk door een onafhankelijke deskundige de geluidsbelasting is gemeten op gevels en in huizen rond windturbines en waaruit blijkt dat met een afstand van 400 meter voldaan kan worden aan de normen 41dB Lnight en 47dB Lden? Zo ja, dan verzoeken wij u deze in PDF bij uw antwoorden te voegen en te voorzien van uw commentaar.
  3. Een toename van 3 dB betekent een verdubbeling van het geluid. Een afname van 3 dB betekent een halvering van het geluid. Ofwel 41dB Lnight (jaar gemiddelde geluidsnorm voor de nacht) is een kwart (½ x ½ = ¼ ) van de geluidsterkte (47 dB). Een groot verschil dus! Desondanks stelt u in de MER op blz. 41 dat als aan de norm Lden=47 dB wordt voldaan, ook vrijwel altijd wordt voldaan aan de norm Lnight = 41 dB. Bent u het met ons eens dat een goede nachtrust erg belangrijk is?
  4. Is het niet zo dat juist daarom de overheid voor de nacht een strengere geluidsnorm heeft vastgelegd, namelijk 41dB L night? (5)
  5. Kunt u uitleggen waarom - ook in het licht van het bovenstaande - de locaties in de MER niet apart zijn getoetst aan de Lnight = 41 dB contour?
  6. Waarom tekent u op de kaartjes op de blz.’s 56 t/m 62 wel een Lden 42dB contour en niet de Lnight 41 dB contour?
  7. Bent u bereid alsnog te onderzoeken hoever windturbines gemiddeld van woningen moeten staan om aan de norm Lnight = 41 dB te voldoen? Zo nee, waarom niet? 

Geluidshinder
Zorgelijk vinden wij ook de volgende passage op blz. 41 van de MER: “Omdat de locaties indicatief zijn ... en er reeds 400 meter wordt aangehouden tussen de winturbinelocaties en geluidgevoelige objecten, is toetsing aan de norm (gelet op de context wordt hier de geluidsnorm bedoeld) weinig onderscheidend tussen locaties en relevant in dit stadium”.  
Vervolgens stelt de MER dat beter gekeken kan worden naar het aantal te verwachten gehinderden per locatie ofwel de dosis-effectrelatie. Ter onderbouwing van de dosis-effectrelatie verwijst de MER naar TNO,2008-DR1051/B Gelet op de inhoud van het TNO rapport vinden wij het bovenstaande een beetje vreemd. Daarom de volgende vragen: 

  1. Is het niet zo dat dit TNO rapport het % gehinderden relateert aan een bepaalde geluidsbelasting en niet aan een bepaalde afstand tot woningen?  
  2. Zo ja, dan zal toch evengoed moeten worden beoordeeld wat de geluidsbelasting op- en in woningen rond de locaties zal zijn?
  3. In de MER wordt alleen gesproken over het % ernstig gehinderden. In TNO,2008-D-R1051/B is ook de categorie ‘tamelijk gehinderden’ beoordeeld. Moeten wij uit de MER opmaken dat het college ‘tamelijk gehinderd’ niet relevant vindt? Graag een toelichting.
  4. Kijkende naar de tabellen van paragraaf 6.5 (blz. 47) lijkt het net alsof er per windturbine maar een handjevol mensen ‘ernstige geluidhinder’ zal ervaren uitgaande van de dosis-effectrelatie methodiek. Maar kijkende naar de kaartjes komt ons voor dat dit niet juist kan zijn. En inderdaad staat op blz. 42: “De hier gebruikte methode is vooral bedoeld om locaties te vergelijken en niet zozeer om een exact aantal ernstig gehinderden te voorspellen”. Evenwel wekken de tabellen wel die indruk. Dat vinden wij zeer zorgelijk aangezien het hier gaat om het welzijn van onze inwoners. Graag een reactie hierop. 

Verkooppraatjes stille windmolens
Bovenaan blz. 21 (ook op blz.7 v bijlage 3 milieu technische analyse) staat dat het college van mening is dat er zulke stille windturbines met een as-hoogte van 120 meter zijn, dat die op een afstand van 260 (!) meter van een woning kunnen voldoen aan de geluidsnormen. Wij nemen aan dat dit is gebaseerd op beweringen van windmolenfabrikanten en exploitanten. 

  1. Realiseert het college zich dat windmolenfabrikanten en -exploitanten een groot financieel belang hebben bij de verkoop van windturbines?
  2. Is het daarom niet verstandiger om niet te veel geloof te hechten aan dit soort verkooppraatjes?
  3. Op welke wijze gaat het college om met de antwoorden op vraag 1 en 2 hierboven in relatie tot de ontwikkeling van de structuurvisie die van grote en verstrekkende invloed zal zijn op onze gemeente?
  4. En waarom zou de Duitse regering besluiten om 1 km (en Beieren zelfs 10x de tiphoogte (6) als afstand tot woningen aan te houden, als er zulke stille windturbines zouden zijn?
  5. Zou u er niet goed aan doen tenminste de afstandsregel uit Duitsland en wellicht die van Beieren, bij de ontwikkeling van de structuurvisie ter harte te nemen om zodoende onze inwoners beter te beschermen tegen geluidsoverlast en slagschaduw?
    Zo nee, waarom niet? 


Vriendelijke groeten, 
 
Gonda Lenters
Mijntje Pluimers 



Voetnoten:
(1) In het TNO rapport 2008-D-R1051/B pg 19 staat een grafiek waaruit op te maken is dat bij Lnight 41dB al veel mensen ‘slaapverstoorden’ zijn. En in het Zweedse onderzoek van Pedersen e.a. (Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and well-being in different environments) komt naar voren dat het ervaren van hinder vaak wordt gerelateerd aan het niet goed kunnen slapen en dat mensen met een baan meer hinder ervaren dan zij die niet hoeven te werken). In gelijke zin ook TNO,2008-D-R1051/B (voetnoot 4). Daar komt bij dat het in de nacht gemiddeld harder waait volgens de rijksoverheid (www.rvo.nl).

(2) Windvisie 20Gelderland 1e actualisering Omgevingsvisie

(3) Staat ook op pg3 van bijlage 3 bij de MER. 

(4) TNO,2008-D-R1051/B. Het rapport van TNO is gebaseerd op twee kleine Zweedse onderzoeken uit 2000 en 2005 en 1 Nederlands onderzoek met 725 respondenten uit 2007. In totaal ging het om 1830 respondenten.

(5) www.rvo.nl 17-12-18: “Bovendien is er een afzonderlijke norm opgenomen voor de nachtperiode om slaapverstoring te voorkomen: Lnight dB. Dit is het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht periode.”  

(6) https://www.gesetze-bayern.de/Content/Document/BayBO-82  

(7) Rapport Rijksuniversiteit Groningen, Hoge molens vangen veel wind, Geluidsbelasting door windturbines in de nacht, 2008 

Lees verder

Windenergie? Hoe zit het nou? Bijdrage Gonda Lenters Raad 5 feb

05-02-2020


Het proces op weg naar de Structuurvisie Windenergie

Voorzitter, met grote zorg vragen wij ons af of het college, SGP, CU en CDA de inwoners van deze gemeente een rad voor de ogen draaien als het gaat om grote windmolens.

Uit de MER en het procesmemo d.d.16-1-2020 blijkt dat er door het college eigenlijk niets is gedaan met de door onze inwoners aangedragen locaties tijdens de 3 wind-avonden in 2018.[2]. En dat terwijl de portefeuillehouder in oktober 2018 [3] stelde dat die input van inwoners het hart zou zijn van de MER en serieus zou worden genomen. Maar dat blijkt niet waar te zijn.[4] Deze inspraakavonden waren blijkbaar een toneelstukje om mensen het gevoel te geven dat zij mogen meepraten.

Zo’n ¾ jaar lang hebben Lokaal Belang en de VVD zich ingespannen om de locatie Zeumeren buiten de MER te houden. Dit omdat de gebiedsvisie Zeumeren daarvoor een goed aanknopingspunt bood en omdat Lokaal Belang sowieso nergens in onze gemeente deze lelijke ziekmakende windmolens wil. De andere partijen wilden de locatie Zeumeren echter per se wel in de MER om vervolgens bij het vaststellen van de structuurvisie een keuze tussen de locaties te maken. Op kosten van de belastingbetaler heeft het college onderzoek gedaan en NU in de MER opgeschreven dat Zeumeren, Zwartebroek, Kallenbroek enzovoort, geschikt zijn voor het plaatsen van grote windmolens. Hiermee is voor deze locaties de rode loper voor initiatiefnemers uitgerold en kunnen zij zonodig via een PIP van de provincie aan de slag.

Maar de inkt van de MER is nauwelijks droog of SGP, CU en CDA stellen in de commissievergadering dat er geen windmolens dienen te komen op de ‘locatie Zeumeren’ en dat Zeumeren van het verdere proces moet worden uitgesloten. Dit is gelet op hun eerdere standpunt merkwaardig en onverwacht.

Het lijkt erop dat, nu het eigenlijk te laat is, men met deze politieke draai bij de inwoners de indruk wil wekken er alles aan te doen om windmolens op Zeumeren tegen te houden en wast men snel de handen in politieke onschuld. En daarmee draait u de inwoners een rad voor ogen. Meer respect hebben wij dan voor Pro 98 die in de commissie vasthield aan haar koers, hoezeer wij als Lokaal Belang het ook inhoudelijk met hen oneens zijn als het gaat om windenergie.

Aan het college de volgende vragen:

  • Betekent het uitsluiten van de winddialoog voor de locatie Zeumeren ten noorden van de A1, dat die straks met zekerheid niet in de structuurvisie wordt opgenomen? Dat blijkt eigenlijk niet uit de voorliggende stukken. [5]
  • En hoe zit dat met de andere gebieden waar geen winddialoog wordt gehouden? Het college heeft die in de MER opgenomen en het lijkt erop dat zij straks misschien zonder het voeren van een winddialoog in de structuurvisie worden opgenomen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?  
  • En wat is nu uw standpunt t.a.v. de bezwaren geuit door Zwartebroek en Terschuur? Wat gaat u voor hen doen? Deze vraag stellen wij ook aan de andere partijen.

Uit het raadsvoorstel wordt niet duidelijk wie straks wel of niet aanwezig kan zijn bij de winddialoog. Zijn dat alle belangstellenden of alleen direct omwonenden in een straal van 400 meter? [6] [7] De wethouders zeiden in de commissie dat dit punt nog moest worden uitgewerkt. Voorzitter, als voor het uitnodigen van omwonenden een straal van 400 meter wordt gehanteerd, dan zullen slechts kleine groepjes mensen meepraten. Zij zullen zich bovendien al snel ondergesneeuwd voelen door de aanwezige windmolenexploitanten, grondeigenaren, enzovoort. Deze economisch belanghebbenden horen daarom niet bij de winddialoog te zitten. En bovendien kunnen zij later ten tijde van het bestemmingsplan nog volop in gesprek gaan met omwonenden. 

Verder is het nodig dat iedereen die overlast zal ervaren - en dat is zeker in een straal van 1 kilometer - een persoonlijke uitnodiging krijgt voor de winddialoog.

Lokaal Belang wil ook dat de winddialoog niet alleen gaat over het hoe van de uitvoering maar ook over de vraag OF er op die locatie wel of niet een windmolen moet komen. Draagvlak dus. Als deze wel of niet vraag geen onderdeel is van de dialoog, is de winddialoog een dooie mus.

Voorzitter, laten we duidelijk zijn. Onder het motto beter iets dan niets is Lokaal Belang blij dat er nu plotseling een meerderheid is die zegt geen windmolens te willen op de 'oude' locatie Zeumeren. Maar er ontbreken belangrijke zaken in de amendementen van SGP en CDA. Zo wordt bij de SGP het uitsluiten van Zeumeren niet gebaseerd op de gebiedsvisie Zeumeren en stelt zij ten onrechte dat de MER is uitgevoerd conform de door de raad vastgestelde NDR. Beide amendementen (SGP&CDA en CU) doen ook niets met de kritiek die wij hebben op de 'winddialoog' van het college en hebben slechts de strekking van een verzoek aan het college om Zeumeren straks niet op te nemen in de concept structuurvisie. Ons amendement heeft de strekking dat de raad vanavond alvast beslist dat de oude locatie Zeumeren niet in de structuurvisie komt.

Gelet op onze kritiek op het voorstel dienen wij dus een amendement in. Ons amendement gaat verder dan die van de SGP, CDA en CU en biedt meer zekerheid; niet alleen voor Zeumeren maar ook voor alle andere gebieden. Ook zij krijgen hiermee een echte dialoog waarin ook NEE tegen windmolens kan worden gezegd. 

Als het college en de coalitie serieus zijn over het voeren van een transparante dialoog met de inwoners gericht op draagvlak dan verwachten wij hun steun voor dit amendement.


Voetnoten:

[1] BK digitaal d.d. 1-2-2020

… tussen maart en juni houdt ze een winddialoog. Dat moet een soort ‘burgertop’ over windenergie worden: inwoners, ondernemers, initiatiefnemers en andere betrokkenen komen samen om te praten over de vijf geschikt verklaarde locaties en de voorwaarden die daarbij zijn gesteld. “We willen hier heel open en transparant in zijn”, zegt Dorrestijn. “De aanwezigen gaan ‘over de gebieden heen’ en dus niet per gebied in gesprek met elkaar. Hoe de dialoog er exact uit gaat zien, werken we nog uit. Maar het is vooral de bedoeling dat we er zoveel mogelijk mensen bij betrekken.

[2] Behalve een gedeeltelijke overlap op de locaties 5 en 9.. Zie ook pg 25 MER. De andere locaties zijn niet aangedragen door de inwoners

[3] Artikel in de Barneveldse Krant van 11-10-2018.

[4] De inwoners schreven op de flipovers geen grote windmolens te willen in verband met de bekende overlast en landschapsvervuiling. En als zij dan toch op aandringen van de medewerkers van de gemeente een locatie noemden dan was dat langs grote wegen en zover mogelijk verwijderd van woningen.

[5] Pg 5 van de memo d.d. 16-1-2020: “Het college wil deze optimalisatiemogelijkheden betrekken bij de keuze van de gebieden die onderdeel zijn van de windialoog en focust voor gebied 5 op het gedeelte ten zuiden van de A1. Dit betekent dat het deel van gebied 5 ten noorden van de A1 buiten de winddialoog blijft”.

[6] Het college hanteert in de MER, in strijd met de notitie Reikwijdte en Detailniveau en de in januari 2019 gedane toezeggingen, ineens een veel kortere afstand tot woningen; namelijk wel 400 meter in plaats van 480 of 600 meter.

[7] Op pagina 5 van de memo d.d. 16-1 wordt de indruk gewekt dat alle belangstellenden welkom zijn, maar die memo is geen onderdeel van de beslispunten.

Lees verder

Brief Lokaal Belang inzake legal opinion windmolens

09-12-2019


Geacht college, geachte raad, 
 
Wij hebben kennisgenomen van het schrijven van advocaat Lam (advocaat namens de gemeente Barneveld) inzake legal opinion windmolens en willen graag onze mening hierover met u delen. 

Voor Lokaal Belang is duidelijkheid zeer belangrijk. Alleen op basis van duidelijkheid kan een gemeenteraad een goed onderbouwde beslissing nemen. Dat is ook een verantwoordelijkheid en plicht van een gemeenteraad. Een beslissing die invloed heeft op de samenleving. Voorthuizen verdient een helder en duidelijk antwoord op die wezenlijke vraag: “Op welke wijze worden windmolens op Zeumeren zo goed mogelijk voorkomen?”

Lokaal Belang hecht grote waarde aan het nakomen van de toezegging van het college op 9 oktober jl:

  1. Het verkrijgen van juridische duidelijkheid.  
  2. Tot en met het moment dat de raad de juridische duidelijkheid besproken is, zal het planMER niet verstuurd worden naar de commissie MER (oftewel, het planMER blijft ‘in de koelkast).

In eerder schrijven (26 en 28 november 2019) aan de agendacommissie en de fractievoorzitters hebben wij reeds uiteengezet hoe wij tegen deze kwestie aankijken. Kortheidshalve verwijzen wij daarnaar.  

Wij hebben de analyse van advocaat Lam als reactie op de legal opinion van advocaat Veltman nauwkeurig bestudeerd en komen tot de volgende analyse

Op pagina 1 ‘herhaalt’ advocaat Lam de twee stellingen waarop de de legal opinion van Veltman zou zijn gebaseerd. Maar helaas gaat het hier al mis want advocaat Lam verandert stelling 1 aanzienlijk door weg te laten dat het in de NRD / MER uitzonderen van de locatie Zeumeren moet gebeuren op grond van de gebiedsvisie Zeumeren. Immers, dat Zeumeren op grond van geldende regels inzake geluid en slagschaduw fysiek een ‘geschikte’ locatie is, weten we al van de eerdere poging om daar windturbines neer te zetten. En de beste kans om Zeumeren te ontzien is gelegen in argumenten van goede ruimtelijke ordening ontleend aan de gebiedsvisie. Door in de NRD en in de beantwoording van een zienswijze afstand te nemen van de gebiedsvisie, wordt de kans groter dat er windturbines in Zeumeren komen; althans zo luidt stelling 1. 

Ook stelling twee - een weergave van het standpunt van het college - formuleert Lam anders door selectief te knippen in een zin van stelling 2.
Veltman verwoordt het standpunt van het college onder anderen als volgt: “Als op basis van de onderzoeksbevindingen een keuze wordt gemaakt voor een of meer voorkeurslocaties en Zeumeren daar niet toe behoort, is daarmee de kous af.”
Lam maakt daarvan: “… in het geval Zeumeren in het plan MER niet tot de voorkeurslocaties behoort, dan is daarmee de kous af”. De rest laat hij weg. Met het begrip ‘voorkeurslocaties’ bedoelt Lam echter locaties die volgens de regels inzake geluid en salgschaduw geschikt zijn en als de locatie Zeumeren in die zin niet geschikt is, dan is inderdaad de kous af. Een open deur! Maar dat was niet de stelling van het college. Hun stelling was (30 januari 2019) - werd in de raad van 9 oktober overigens door college ontkend- nu juist dat het beter/effectiever was als de raad na het MER onderzoek Zeumeren gemotiveerd uitsloot. En daaraan hebben een aantal partijen gerefereerd toen zij ‘VOOR’ stemden.

Over ‘het vereiste van goede ruimtelijke ordening’ schrijft Veltman kort samengevat dat uit jurisprudentie blijkt, dat als de wettelijke normen voor slagschaduw en geluid maar kunnen worden nageleefd, eventueel met behulp van wat aanpassingen, er in beginsel ook geen sprake is van strijd met ‘het vereiste van goede ruimtelijke ordening’. En dat door het werken met gemiddelde geluidsnormen op jaarbasis i.p.v. afstandsnormen, altijd wel kan worden voldaan aan die normen (want de windmolens staan ook nog wel eens stil dus mogen ze, als ze draaien, - wettelijk toegestaan - een enorme herrie maken).
Dit wordt door Lam niet tegengesproken of hij gaat er niet op in. Hij probeert de uitspraak van Veltman te relativeren door te stellen dat de gebruikelijke voorafgaande onderzoeken bij windparken de reden zijn dat de Raad van State steeds tot de conclusie komt dat een windpark voldoet aan de wettelijke eisen. Maar dat is natuurlijk een cirkelredenering. Want die MER-onderzoeken hanteren dezelfde ‘wettelijke eisen’ inzake ‘vereiste van goede ruimtelijke ordening’ als de Raad van State. En dat doet dus niet af aan de bovenstaande conclusie van Veltman. Lokaal Belang vindt het zeer belangrijk dat Veltman op dit punt niet wordt tegengesproken. Want dit is inzake windmolens één van de grote problemen waardoor grote groepen mensen ernstige overlast ervaren.

De juistheid van de stellingen:
Alleen al omdat Lam/college uitgaat van andere stellingen krijg je een appels en peren verhaal en andere conclusies. Toch probeert Lokaal Belang hier een analyse te geven van de twee legal opinions.  
 
Lam stelt enerzijds dat hetgeen Veltman zegt over de stelling van de gemeente juist is, maar vindt dat niet relevant omdat de raad nu eenmaal heeft besloten het hele grondgebied te onderzoeken zonder Zeumeren uit te sluiten.  
Anderzijds geeft hij het college gelijk door te stellen dat als Zeumeren niet als voorkeurslocatie uit het MER onderzoek komt, de kans klein is dat de provincie daar dan toch een windmolenpark mogelijk maakt. Maar ja, dat zegt niks omdat Lam met ‘voorkeurslocatie’ een locatie bedoelt die voldoet aan de wettelijke regels inzake geluid en slagschaduw (zie hierboven over het veranderen van de stellingen).  
Ervan uitgaande dat een meerderheid van de raad geen windmolens op Zeumeren wil, moet de vraag zijn hoe je de kans daarop zo klein mogelijk maakt en hoe de gebiedsvisie hierin een rol kan spelen. Maar daar gaat Lam dus niet op in.

T.a.v. de conclusie van Veltman dat de provincie desgevraagd zal meewerken aan een PIP -gesteld de locatie voldoet aan de wettelijke regels - zegt hij enerzijds dat “die conclusie te snel wordt getrokken” en anderzijds dat een PIP niet is uitgesloten en, afhankelijk van de locatie, zelfs voor de hand ligt.  Een volkomen onbegrijpelijk stukje. Is Lam het er nou mee eens of niet? In ieder geval wordt ook deze stelling van Veltman niet gemotiveerd weersproken. 

Onder het kopje conclusie staat dat Lam de conclusie van Veltman ‘niet kan volgen’. Maar dat wordt door zijn legal opinion inhoudelijk niet onderbouwd. Vervolgens geeft hij als reden voor zijn conclusie:

Stelling 1: deze stelling kan niet aan de orde zijn omdat de raad opdracht heeft gegeven het hele grondgebied te onderzoeken op de mogelijkheid om windmolens te plaatsen.

  • Maar ter discussie staat nu juist of de raad dat op basis van de juiste informatie heeft besloten en dus kan het besluit van de raad hier niet als argument dienen.

Stelling 2: het niet betrekken van Zeumeren is geen optie (zie besluit van de raad) en bij gebleken ongeschiktheid van Zeumeren in het MER onderzoek is de kans groter om daar een windpark te voorkomen.

  • Zie hierboven het geel gearceerde gedeelte. Zeumeren is naar alle waarschijnlijkheid een volgens de wet geschikte locatie (=voorkeurslocatie in dit document). En als je daar windmolens wilt voorkomen is dus de vraag hoe je dat het beste kunt doen. Volgens het actiecomité en Veltman door Zeumeren met een beroep op de geldende gebiedsvisie uit te zonderen van het MER onderzoek. Daarmee geef je als raad aan dat je die gebiedsvisie nog steeds erg belangrijk vindt. Maar door de stellingen te veranderen voorkomt Lam dat hij in deze legal opinion op deze vraag in moet gaan.

Kortom, wij achten de reactie van advocaat Lam weliswaar op enkele punten interessant, maar deze is helaas niet volledig en duidelijk. En juist die volledigheid en duidelijkheid is voor de gehele samenleving, met Voorthuizen in het bijzonder, erg belangrijk. Hoe kijkt u daar zelf tegen aan? 

Wij verzoeken een spoedige en openbare bespreking van de beide juridische stukken bijvoorbeeld in de tweede week van januari 2020. 
 

Vriendelijke groeten, 

Fractie Lokaal Belang 

 

Zie ook artikel Barneveldse Krant 10-12-2019: 'Juridisch getouwtrek over windmolens Zeumeren maakt situatie niet duidelijker'

Lees verder

Schriftelijke vragen Lokaal Belang en VVD aangifte Actiecomite Voorthuizen Windmolens NEE

13-11-2019


Geacht College, 

Op basis van de organisatieverordening van de gemeenteraad artikel 42, stellen de fracties van Lokaal Belang en de VVD schriftelijke vragen aangaande het artikel in de Barneveldse Krant van vandaag (12 nov) met de titel “Aangifte van Actiecomité Voorthuizen Windmolens NEE tegen wethouder en ambtenaar”.  
 
In het bedoelde artikel in de Barneveldse Krant komt naar voren dat het college van mening is dat haar ambtenaar in dit dossier telefonisch is bedreigd door een bestuurslid van het Actiecomité Voorthuizen windmolens NEE. Daartegenover stelt het bestuurslid van het actiecomité ten onrechte te worden beschuldigd en heeft hij om die reden aangifte gedaan van smaad en laster.  
Uiteraard is het bedreigen van ambtenaren een kwalijke zaak. Maar juist omdat dit een ernstige beschuldiging is, is het ook van belang dat deze gefundeerd is. Nu het hier verder gaat om een persoon die een actiegroep vertegenwoordigt, welke ook politieke relevantie heeft, vinden wij het van belang de onderstaande vragen te stellen om de ontstane situatie beter te kunnen duiden. 
 

  1. In haar mail d.d. 1-11-19 (vrijdagavond) deelt de wethouder aan het bestuurslid van het actiecomité en anderen mee dat de samenwerking met het Actiecomité wordt opgeschort i.v.m. het intimideren c.q. bedreigen van medewerkers.  
    a. Graag vernemen wij van het college o.g.v. welke geschreven of gesproken woorden de ambtenaar en het college tot de conclusie zijn gekomen dat er sprake is van een bedreiging?  
    b. Of moeten wij uit uw reactie op het artikel in de Barneveldse Krant begrijpen dat u bij nader inzien vindt dat er geen sprake is geweest van bedreiging van een ambtenaar maar van een probleem in de communicatie? 
     
  2. In de e-mail d.d. 2-11-19 (zaterdag) met als onderwerp “overleg 5 november gaat niet door” doet de desbetreffende ambtenaar aan drie externe personen zijnde de heren Veltman, Lam en Bakker (mediator) onder meer de mededeling “Helaas vond de heer (bestuurslid van het Actiecomité) het nodig hierbij bedreigingen te uiten aan mijn adres. Wij hebben daarom het protocol in werking gesteld dat wij hebben voor dit soort situaties. Ook heb ik overleg gehad met de politie. Gezien de situatie hebben wij ieder overleg met het Actiecomité opgeschort en verwacht ik niet dat het geplande overleg op een later moment alsnog kan plaatsvinden.”
    a. Heeft deze ambtenaar deze mededeling gedaan onder de verantwoordelijkheid van het College?  
    b. Heeft het college de ambtenaar actief de opdracht gegeven tot het schrijven van deze e-mail? 
     
  3. Waarom maakt de ambtenaar in deze e-mail, die de functie heeft om mee te delen dat een gesprek geen doorgang vindt en mede is gericht aan de advocaat van het Actiecomité, tevens bekend dat er sprake zou zijn van een geuite bedreiging? Waarom was deze toevoeging noodzakelijk?
     
  4. Mogen ambtenaren op deze wijze een beschuldiging t.a.v. burgers naar buiten brengen voordat die beschuldiging is onderzocht en onafhankelijk is vastgesteld? Graag ook een toelichting op uw antwoord. 
     
  5. Zo nee, wat gaat het college doen om dit in de toekomst te voorkomen? In de relatie overheid-burger zijn burgers immers inherent de zwakkere partij. En een beschuldiging van bedreiging heeft grote consequenties voor de betrokken burger. Het lijkt ons om die reden niet wenselijk om dit soort beschuldigingen te delen met derden. 
     
  6.  Wat gebeurt er als op enig moment blijkt dat een burger door het college of een ambtenaar ten onrechte is beschuldigd? Is er een “protocol” om alsdan de naam van die burger te zuiveren zodat hij/zij hiervan privé en zakelijk zo min mogelijk schade ondervindt?
     
  7. Realiseerde de wethouder zich dat intimidatie en bedreiging zware beschuldigingen zijn, toen zij haar email d.d. 1 november jl. deelde met derden?
     
  8. Waarom heeft de wethouder deze beschuldigingen geuit alvorens deze zijn onderzocht en onafhankelijk zijn vastgesteld?
     
  9. Wij lezen in de reactie van het college dat de samenwerking is opgeschort vanwege de wijze van communicatie vanuit het Actiecomité. Hoe moeten wij dit lezen?  
    a. Betreft het hier de communicatie met één bestuurslid?
    b. Zo ja, heeft de gemeente dan vervolgens gevraagd of een ander bestuurslid bij het overleg van 5 november aanwezig kon zijn? Als er geen ander bestuurslid is gevraagd, wat is hiervan dan de reden? 
     
  10. Wij lezen verder in uw reactie: “Wij hebben er vanuit de gemeente alles aan gedaan om met het Actiecomité tot overeenstemming te komen.” Kunt u aangeven wat het college concreet allemaal heeft gedaan?  
     
  11. Tot slot, op welke wijze denkt het college gevolg te geven aan de beloften die aan de gemeenteraad op 9 oktober zijn gedaan? 


Vriendelijke groeten, 
 
Namens de fractie van Lokaal Belang,
Gonda Lenters 
 
Namens de fractie van de VVD,
Sandra Reemst 

12 november 2019

Lees verder

Schriftelijke vragen proces rondom windenergie

27-05-2019


Geacht College, 

Op basis van de organisatieverordening van de gemeenteraad artikel 42, stelt de fractie van Lokaal Belang schriftelijke vragen aangaande het proces rondom windenergie. 

Zoals bekend heeft de meerderheid van de raad op 30-1-2019 de NRD vastgesteld en daarmee het startsein gegeven voor de ‘Milieueffectrapportage’ (MER) inzake de structuurvisie windenergie. Lokaal Belang heeft hier niet mee ingestemd, omdat zij tegen het plaatsen van windturbines in onze gemeente is. Windturbines in onze gemeente zijn naar onze mening niet nodig, veroorzaken veel overlast (geluid, slagschaduw, landschapsvervuiling, vogel- en insectensterfte) en schaden waarschijnlijk de gezondheid van omwonenden. Een structuurvisie waarin locaties worden aangewezen als geschikt voor windturbines, zal om meerdere redenen ertoe leiden dat, noch de gemeenteraad zelf noch de omwonenden, het plaatsen van windturbines daar zullen kunnen tegenhouden. In het kader van een transparant en proactief bestuur, waarbij participatie met inwoners het adagium van het college is, is het zeker in dit gevoelige proces van groot belang dat het proces voor zowel raad als inwoners transparant is, dat er tijdig wordt gecommuniceerd en dat er alle tijd is zich inhoudelijk te kunnen verdiepen en om eventuele zienswijzen en/of bezwaren in te dienen (Coalitieakkoord 18-22: “Burgerparticipatie (het actief betrekken van inwoners, organisaties en ondernemers) en communicatie krijgen deze bestuursperiode nadrukkelijker aandacht.”)

Volgens de planning in het collegevoorstel d.d. 28-5-2018 zouden de MER en de concept structuurvisie in maart 2019 klaar zijn. Deze planning is in opvolgende besluiten niet gewijzigd. Ook in de maandrapportage staan geen wijzigingen of opmerkingen opgenomen. Aangenomen mag dus worden dat Pondera, ingehuurd voor het uitvoeren van de MER werkzaamheden, klaar is met haar werkzaamheden, de Commissie voor de MER de onderzoeken en de MER heeft getoetst en hier advies aan het college over heeft uitgebracht. Dit MER onderzoek voor de gemeente Barneveld wordt althans op de website van de Commissie voor de MER (www.commissiemer.nl) niet meer vermeld bij de ‘lopende zaken’. In de ‘langetermijnagenda’ (LTA) lezen wij verder dat de MER in maart 2019 zou worden afgerond, maar dat de ontwerp-structuurvisie pas in juli 2019 voor besluitvorming gereed zal komen. Hierover hebben wij de volgende vragen: 
 

  1. Is de MER zelf inderdaad klaar?
    a. Zo ja, wanneer is die gereedgekomen? En, waarom is de MER nog niet via de ‘ingekomen stukken’ ter kennisgeving aangeboden aan de gemeenteraad?
    b. Zo nee, waarom zijn wij daar als raad niet van in kennis gesteld? 
     
  2. Heeft het college ook al het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage inzake de MER ontvangen?
    a. Zo ja, wanneer? En, waarom is dat advies nog niet via de ‘ingekomen stukken’ ter kennisgeving aangeboden aan de gemeenteraad?
    b. Zo nee, waarom is dit advies op de website van de Commissie voor de MER niet te vinden bij de ‘lopende adviezen’? 
     
  3. Is het college wel of niet nog doende met de redactie van de ontwerp-structuurvisie?
     
  4. Is het college het met ons eens dat de MER en het advies van de Commissie voor de MER zelfstandige documenten zijn en dat deze ook zonder de concept structuurvisie aan de raadsleden ter kennisgeving kunnen worden aangeboden, zodat raadsleden, maar ook inwoners, zich kunnen verdiepen in deze belangrijke materie? 
    a. Zo ja, waarom heeft het college de raad dan niet, in het kader van een actieve informatieplicht en proactief handelen, geïnformeerd?
    b. Zo nee, dan verzoeken wij u ons uit te leggen waarom dat niet zou kunnen.
    c. Is het college het met ons eens dat het niet meteen delen van deze belangrijke documenten, onwenselijk is?  
    d. Is het college bereid deze documenten alsnog per ommegaande te publiceren?

    Gelet op wat er in de ‘langetermijnagenda’ staat vermeld inzake het ter inzage leggen, namelijk in juli 2019, en gelet ook op het feit dat vorig jaar de ‘meedenk’- en informatiebijeenkomsten eveneens in de maand juli werden georganiseerd, hebben wij nog de volgende vraag: 
     
  5. Is het college bereid ervoor te zorgen dat de ontwerp-structuurvisie en de MER of in juni 2019 of in september 2019 (of anderszins buiten een vakantieperiode) ter inzage worden gelegd, zodat alle inwoners de gelegenheid hebben zich goed te verdiepen in de inhoud en tijdig hun reactie in te dienen?
     
  6. Zo nee, waarom niet? 


Vriendelijke groeten,
Namens de fractie van Lokaal Belang, 

Gonda Lenters 

27 mei 2019

Lees verder

Bijdrage Gonda Lenters NRD m.e.r. structuurvisie windenergie

31-01-2019


Voorzitter, Lokaal Belang is tegen het plaatsen van grote windturbines in de gemeente. Zij verpesten het landschap, jagen de belastingbetaler onnodig op hoge kosten omdat ze niet rendabel zijn zonder heel veel subsidie en veroorzaken heel veel overlast door geluid en slagschaduw.

We bespreken de NRD, die de opstap is naar de structuurvisie. [1] Naast het bezwaar van overlast hebben wij ook bezwaren tegen de gevolgde procedure, d.w.z. het vaststellen van een structuurvisie om het plaatsen van windturbines te faciliteren.
Aangezien wij al 3 keer [2] hebben uitgelegd welke bezwaren wij hiertegen hebben en aangezien de FUIK ook door indieners van zienswijzen is uitgelegd, benoem ik ze nu slechts kort: 1ste bezwaar is dat de Raad na vaststelling van de visie niet meer een initiatief kan tegenhouden op grond van gebrek aan draagvlak [3] en 2e bezwaar is dat burgers geen kans op succes [4] hebben als zij op grond van gevreesde overlast zich tot de bestuursrechter wenden. Immers volgens de structuurvisie en m.e.r. voldoen de locaties genoemd in de structuurvisie aan de wettelijke normen zoals inzake geluid en slagschaduw en de bestuursrechter kijkt niet naar draagvlak of politieke keuzes. Zie hiervoor ook de mail van de VNG d.d. 17-9-18. Als 3de bezwaar is daar bijgekomen dat met zo’n structuurvisie de gemeente het de provincie wel heel makkelijk maakt hier windturbines te plaatsen.
In Het advies van Hekkelman worden onze standpunten en die van het actiecomité niet besproken en deels en passant bevestigd. Zo staat bijv. in dit advies (pg 7, 1ste helft) dat de structuurvisie een middel is om te voorkomen dat inwoners met argumenten politieke invloed uitoefenen op de raad. Wij blijven daarom bij onze conclusie dat de burger straks met 3-0 achter staat. Het is zorgelijk dat de rest van de Raad dit niet kan of wil inzien.

Zowel nu als eerder zijn door de andere partijen en het college veel mooie woorden over draagvlak en participatie gezegd en geschreven. Maar iedere keer als het eropaan komt om ‘de daden bij het woord te voegen’, handelden zij hier niet naar. Mensen mogen voor de vorm meepraten en er wordt geshopt naar welgevallige input, maar echt meebeslissen is er niet bij. “Draagvlak en participatie” blijken loze woorden te zijn. Als u serieus bent over draagvlak dan houdt u een dorpsreferendum. En als u serieus bent over draagvlak laat u de locatie Zeumeren buiten het MER-onderzoek en de structuurvisie op grond van o.a. de afwegingen in de gebiedsvisie Zeumeren.

Voorzitter, het is inmiddels algemeen bekend dat de wettelijke geluidsnormen rond windturbines en de veel te kleine afstanden tot woningen de burgers onvoldoende beschermen tegen overlast. En het is triest dat het college bij de beantwoording van onze vragen deze bezwaren wegwuift. Op vele plekken in Nederland is er grote overlast, worden mensen ziek [5] en leiden zij forse financiële schade door de waardedaling [6] van hun woning. Voor de risico’s voor de gezondheid verwijs ik naar WHO okt 2018, artikel in Medisch Contact van dr. S. van Maanen, promotieonderzoek 2006 van dr. F. van Berg en GGD Fryslan. Het college stelt met verwijzing naar de brief van de staatssecretaris uit maart 2014, dat het Rijk al rekening heeft gehouden met onderzoek van dr. van den Berg. Maar in die brief [7] lezen wij dat het Rijk de bezwaren van de hand wijst en dat de geluidsnormen niet worden aangepast. Graag uitleg van het college hierover.
Het geluid, met name het laagfrequent geluid veroorzaakt bij een ashoogte van 60 m al tot 2 km overlast. En de partijen voor mij willen windturbines met ashoogte 150 m toestaan. Ik verzoek hen uit te leggen hoe zij dit rijmen met een rol van volksvertegenwoordiger.
En het college roepen wij op om een veel grotere afstand dan 4 x de ashoogte tussen woningen en windturbines aan te houden. In Beieren geldt bijvoorbeeld de H-10 regeling [8], die inhoudt dat die afstand 10x de tiphoogte van de windturbine moet zijn; ofwel 2,25 km bij een ashoogte van 150 m.

Voorzitter, wij zijn blij dat het college in de beantwoording van vraag 1a van Lokaal Belang d.d. 20-1-2019 duidelijk stelt dat ook de 35.000 bewoners in het buitengebied minimaal recht hebben op een afstand van 4x de ashoogte tot windturbines net als alle andere inwoners. Het college stelt, dat de in Bijlage XIII van de NRD voor het buitengebied (“verspreid liggende woningen”) vermelde halvering van de afstand (140, 240 en 300) tussen woningen en windturbines, alleen geldt voor bedrijfswoningen die onderdeel uitmaken van een windenergieproject en bij de inrichting daarvan horen. Maar dit is niet op te maken uit Bijlage XIII. Daar staat “verspreid liggend geluidsgevoelig object” en niet “bedrijfswoning” en daarom vragen wij de toezegging en bevestiging dat Bijlage XIII moet worden gelezen zoals verwoord in het antwoord van het college d.d. 25 / 26-1-19.

Tot slot Voorzitter.
Als het college en de andere partijen vinden dat onze inwoners overlast en wakker liggen maar moeten accepteren, dan wordt het tijd dat zij dit eerlijk zeggen. Dan weten de inwoners van de gemeente Barneveld tenminste waar ze aan toe zijn.
Het is in ieder geval niet de politieke keuze van Lokaal Belang. Duurzaamheid is niet een doel op zich, maar dient het welzijn van deze en toekomstige generaties. Daarbij past niet dat je mensen ziek en ongelukkig maakt met windturbines.
En voorzitter,  het is ook niet nodig om windturbines in onze gemeente te plaatsen, want we kunnen ook zonder windturbines voldoende duurzame energie opwekken. Verder heeft de provincie Barneveld ook niet verplicht windturbines te plaatsen.
En het klimaatakkoord spreekt voor de periode na 2020 over hernieuwbare energie op land en kent geen doelstelling voor windenergie op land. Ofwel die doelstellingen kunnen we ook met andere duurzame bronnen invullen.  

Dus geachte collega’s in de raad en college laten we stoppen met windturbines!!

Raadsvergadering 30 januari 2019


Voetnoten:

[1] Het MER is een belangrijke bouwsteen van de structuurvisie (pg 3) van het besluit

[2] Schriftelijke vragen d.d. 25-6-18, commissie van 18-9-18, schriftelijke vragen d.d. 20-1-2019

[3] Zie de e-mail van de VNG d.d. 17-9-18: een raadsbesluit om een in het kader van een initiatief af te wijken van de structuurvisie moet goed worden onderbouwd vanuit een goede ruimtelijke ordening. Gebrek aan draagvlak is geen ruimtelijke overweging en dus geen legitieme grond om af te wijken van de structuurvisie / Rechtbank Midden Nederland d.d. 23-5-14 noemt de door de raad geweigerde medewerking om redenen van gebrek aan draagvlak onrechtmatig / Zie verder ook Infomil en de Memorie van Toelichting bij de WOR over de gebondenheid van de raad aan de structuurvisie / advies Hekkelman advocaten pg 3 bovenaan: zegt hetzelfde als door Lokaal Belang is gezegd

[4] Zie de e-mail van de VNG d.d. 17-9-18 > indien een plan voldoet aan de wettelijke eisen zal de bestuursrechter de bezwaren inzak bijv. geluid en slagschaduw van omwonenden niet honoreren

[5] GGD Friesland oa dat huidige geluidsnormen niet voldoen/ “Windmolens maken wel degelijk ziek” 22-3-18 van huisarts S van Manen in Medisch Contact (KNMG) over de gevolgen van laag frequent geluid voor het oor/gezondheid, met een oproep aan gemeenten om bij windturbines  het voorzorgsbeginsel toe te passen ( overheid kan beschermende maatregelen nemen tegen mogelijk schadelijke milieueffecten, ook als die effecten nog niet onomstotelijk wetenschappelijk zijn bewezen) / doctor F van de Berg promotie onderzoek 2006 / WHO okt 2018 omgevingsgeluid is schadelijker voor gezondheid dan gedacht; adviseert voor windturbines een absolute max norm van 45 dB dus geen jaargemiddelde.

[6] Zie de SER: https://www.energieakkoordser.nl/nieuws/factchecker-energie/stelling-windmolens.aspx

[7] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33612-22.html

[8] Bayerisches Landesamt fur Umwelt H-10 regeling in Beieren https://www.lfu.bayern.de/buerger/doc/uw_118_windenergie_in_bayern.pdf

Lees verder

Schriftelijke vragen aangaande NRD Windenergie

21-01-2019


Geacht College,

Op basis van de organisatieverordening van de gemeenteraad artikel 42, stelt de fractie van Lokaal Belang schriftelijke vragen inzake Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) M.E.R. structuurvisie windenergie die op de agenda staat van de raadsvergadering van 30 januari aanstaande.

Door Lokaal Belang zijn tijdens de commissievergadering op 17 januari jl. verschillende vragen gesteld, waarvan de wethouder ons heeft verzocht die schriftelijk te stellen omdat de vragen niet onmiddellijk door haar konden worden beantwoord. Daarnaast is een vraag onbeantwoord gebleven.
De hierboven bedoelde vragen treft u hieronder, na de inleiding, aan. Vriendelijk verzoeken wij u deze vragen zo snel mogelijk te beantwoorden zodat wij de antwoorden in onze fractieberaadslagingen t.b.v. de raadsvergadering van 30 januari a.s. kunnen meenemen en onze amendementen kunnen voorbereiden.
 

Inleiding
Voor alle duidelijkheid merkt Lokaal Belang allereerst op dat zij tegen het plaatsen van mega windturbines in de gemeente is en waarom.
De windturbines verpesten het mooie landschap en jagen de belastingbetaler onnodig op hoge kosten omdat de windturbines in onze windarme gemeente niet rendabel zijn zonder hoge subsidies. Maar vooral ook veroorzaken zij heel veel overlast door geluid en slagschaduw en schaden zo de gezondheid van onze inwoners. Het geluid, en in het bijzonder het laag frequent geluid, veroorzaakt bij een ashoogte van 60 m. al tot 2 km ver overlast. Bij windturbines met een ashoogte van 150 meter is dit wellicht wel 4 km. Dit laag frequent geluid wordt door onderzoeker en promovendus F. van den Berg omschreven als een eindeloze trein of een opstijgende 747.
Daarnaast hebben wij zoals bekend, nog de volgende drie principiële bezwaren tegen de NDR en de structuurvisie:

  • Na vaststelling van de structuurvisie kan de raad een ‘windturbine initiatief’ niet tegenhouden op grond van gebrek aan draagvlak van omwonenden, omdat dit geen argument van ruimtelijke ordening is. Ofwel de raad is aan de structuurvisie en de daarin als geschikt aangewezen locaties, gebonden.
  • De omwonenden hebben zo goed als geen kans op succes bij de bestuursrechter als zij t.z.t., vanwege bijvoorbeeld verwachte geluidsoverlast, in beroep gaan van een bestemmingsplanprocedure t.b.v. een concreet windturbine initiatief. Immers, de bestuursrechter toetst de rechtmatigheid van het bestemmingsplan; en volgens de structuurvisie / M.E.R. onderzoek voldoet de locatie waarop het bestemmingsplan betrekking heeft aan de wettelijke normen. Opnieuw kijkt de bestuursrechter niet naar draagvlak en respecteert hij de gemaakte politieke keuzes. En in de praktijk van vele jaren is gebleken dat die ‘wettelijke normen’ de omwonenden, óók juridisch gezien, onvoldoende beschermen.
  • Een door de gemeente Barneveld of een andere gemeente afgewezen initiatiefnemer kan zich tot de provincie wenden met het verzoek om een provinciaal inpassingsplan vast te stellen. En aangezien de structuurvisie van de gemeente Barneveld “geschikte” locaties aanwijst, is het voor de provincie dan wel heel gemakkelijk om die locaties aan de initiatiefnemer toe te wijzen voor windturbines, want de gemeente heeft immers zelf geconcludeerd dat die locaties vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening geschikt zijn.


Gelet op het feit dat alle andere partijen wel mega windturbines willen plaatsen en hiervoor ook nog een structuurvisie tot stand willen brengen, stellen wij in het belang van alle toekomstige omwonenden de volgende vragen:

  1. In Bijlage XIII lezen wij dat als uitgangspunt voor de afstand tot woningen in het buitengebied 140 – 240 meter en 280 – 600 meter bij meer dichte bebouwing. Lokaal Belang schrikt van deze zeer korte afstanden. (In het omringende buitenland mogen ze niet zo kort op woningen staan en gelden afstanden van 800-1000 m.) [1] Want de megawindturbines veroorzaken kilometers ver overlast (Zie hiervoor de vele websites van gedupeerden en het rapport van dr. F. van den Berg [2])
    a. Kan het college uitleggen waarom de ruim 35.000 mensen in ons dichtbevolkte buitengebied veel meer overlast moeten accepteren dan de mensen die in de kernen wonen? Zijn zij tweederangs burgers? Bent u bereid dit verschil te laten vervallen en op z’n minst een afstand van 4 x de ashoogte (dit is tevens het uitgangspunt van de provincie) aan te houden? Zo nee, waarom niet?
    b. Als er straks op meerdere plekken windturbines staan zullen heel wat mensen in de gemeente Barneveld ’s nachts wakker liggen. Vindt het college dat onze inwoners die overlast maar moeten accepteren?
     
  2. Volgens een advies van Amice advocaten uit 2013, pg 14 nota zienswijzen en informatie van Rijksoverheid kan maatwerk worden toegepast met een beroep op bijz. lokale omstandigheden. Uit het advies van Amice advocaten begrijpen wij dat hierbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan een situatie dat er zeer weinig omgevingsgeluid is en de windturbines daardoor te verstorend zijn (http://nlvow.nl/maatwerk/ ; motie ‘M 2013 10’ van PvdA gemeente Hollandse Kroon met als bijlage het advies van amice advocaten).
    Wij stellen onderstaande vragen omdat de wettelijke normen 41 dB Lnight en 47 dB Lden jaargemiddelden zijn, zodat de windturbines als zij draaien éxtra lawaai mogen maken. Hierdoor en doordat fabrikanten vaak een te gunstige voorstelling van zaken geven, staan in Nederland windturbines vaak veel te dicht op woningen en veroorzaken ernstige overlast. De wérkelijke geluidsoverlast wordt niet gemeten en kan ook heel moeilijk door omwonenden en overheid worden gecontroleerd. Lokaal Belang vindt dit zeer onwenselijk. Met een eenvoudige transparante dB norm zijn omwonenden voor de handhaving niet afhankelijk van de informatie van de windturbine exploitant en de bereidheid van de overheid om te handhaven. Zij kunnen dan zelf het geluid meten en naar de rechter stappen.
    a. Is het college bereid om met een beroep op “bijz. lokale omstandigheden” een simpele transparante geluidsnorm toe te passen, bijv. max 45 dB overdag tot 23:00 en te zorgen dat de turbines ’s nachts stil staan, althans dat voor de nacht een dB grenswaarde geldt gelijk aan het achtergrondgeluidniveau zonder windturbine? Zo nee, waarom niet?
    b. Is het college bereid dit tot uitgangspunt in de M.E.R. te nemen? Zo nee, waarom niet?
     
  3. Volgens onze informatie, kan de gemeenteraad, als er geen structuurvisie is, in het kader van een bestemmingsplanprocedure een windturbine initiatief in de volle breedte beoordelen en daarin alle aspecten meenemen die de gemeenteraad op dat moment en in dat kader belangrijk vindt, zoals bijvoorbeeld draagvlak of een voor die locatie aangepaste geluidsnorm? Kunt u dit bevestigen?
     

Vriendelijke groeten,

Namens de fractie van Lokaal Belang,
Gonda Lenters

21 januari 2019

[1] www.nrc.nl/nieuws/2015/09/07/windmolens-in-nederland
[2] www.rug.nl/news/2006/05/047_06

Lees verder

Schriftelijke vragen structuurvisie windenergie

26-06-2018


Geacht College, 
 
Op basis van de organisatieverordening van de gemeenteraad artikel 42, stelt de fractie van Lokaal Belang schriftelijke vragen aangaande de memo van het college d.d. 12 juni 2018 met als onderwerp structuurvisie windenergie. De Barneveldse Krant berichtte hierover onder de titel “Meedenken over windturbines”.

In een tijd waarin de Rijksoverheid structureel niet meer spreekt over het plaatsen van grote windturbines op land, meerdere provincies publiekelijk hebben meegedeeld geen windturbines (meer) te willen binnen hun grenzen en de provincie Gelderland heeft voldaan aan haar 2020 doelstelling voor “Windturbines op Land” heeft u (het college) ons meegedeeld dat u nu onverdroten verder wil gaan met het voornemen om 4 tot 8 windturbines te plaatsen in onze mooie gemeente. En gelet op de recente regionale energievisie worden dit er, wat u betreft, nog veel meer. Dit terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat windturbines in de weide omtrek onder andere geluidsoverlast, slagschaduw en dus economische schade en waardedaling van woningen veroorzaken. Om die reden hebben de inwoners en ondernemers uit Voorthuizen zich eerder heftig verzet tegen de plaatsing van windturbines op Zeumeren. 

Lokaal Belang vindt het opwekken van duurzame energie erg belangrijk en heeft op dit terrein grote ambities. Lokaal Belang heeft in de verkiezingscampagne zelfs een eigen energiemix opgesteld waaruit blijkt dat het niet nodig is om windturbines binnen onze gemeentegrenzen te plaatsen om 35 % en meer van de benodigde energie duurzaam op te wekken. Uiteraard is voor de uitvoering hiervan tijd nodig maar dat geldt ook voor het plaatsen van windturbines. Die staan er ook niet in 2020.  

  • In uw persbericht doet u voorkomen dat het een uitgemaakte zaak is dat er geschikte locaties zijn voor windturbines en dat er een structuurvisie inzake windturbines komt.
    Is het college het met ons eens dat de gemeenteraad ook kan beslissen dat er geen geschikte locaties zijn? En dat de gemeenteraad gedurende het proces alsnog kan beslissen die locaties niet vast te leggen in een structuurvisie?
  • Zet u door de toon en inhoud van uw persbericht de inwoners niet op het verkeerde been; namelijk dat die windturbines er sowieso komen?
  • Waarom worden de inwoners niet uitgenodigd om bijvoorbeeld met behulp van sociale media of een referendum te laten weten of zij wel of niet windturbines willen?  


Het is opmerkelijk dat het college toen en nu er voor kiest om eventuele geschikte locaties voor windturbines vast te leggen in een structuurvisie. Lokaal Belang vraagt zich af waarom dit wordt gedaan. Immers, een structuurvisie wordt normaliter alleen gebruikt om de hoofdlijnen van nieuwe ontwikkelingen in een gebied vast te leggen en niet om een paar mogelijke concrete locaties voor windturbines vast te stellen.  

  • Waarom wordt niet gewoon volstaan met een onderzoek naar geschikte locaties zonder deze locaties in een structuurvisie vast te leggen? 
     

Een structuurvisie bindt de gemeenteraad zo lezen wij in de uitleg die het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Zie bijlage 1) hierover geeft. Dus, als eenmaal een paar locaties voor windturbines zijn vastgelegd in een structuurvisie kan de gemeenteraad op die locaties geen initiatieven weigeren om reden dat de gemeenteraad de locaties zelf, bijvoorbeeld gelet op de belangen van de inwoners, niet geschikt vindt.  
Het is vrij normaal dat veel inwoners hun bezwaren pas uiten op het moment dat er een concreet initiatief is voor het plaatsen van een windturbine. Door de (nog vast te stellen) structuurvisie zal de gemeenteraad op dat moment echter niets kunnen doen met hun bezwaren tegen de locatie. 

  • Realiseert het college zich dat de gemeenteraad, na vaststelling van de structuurvisie, een initiatief op één van de in de structuurvisie genoemde locaties niet kan afwijzen omdat zij de locatie gelet op de bezwaren en belangen van inwoners alsnog ongeschikt vindt?
  • Kiest het college voor het middel van een structuurvisie om te voorkomen dat inwoners via hun volksvertegenwoordigers in de gemeenteraad invloed uitoefenen om een concreet plan om ergens windturbines te plaatsen tegen te houden?  
    Zo ja, kunt u uitleggen waarom u dit democratische proces niet wenselijk vindt? 
     

Uiteraard kunnen inwoners te zijner tijd nog wel bezwaar en beroep aantekenen tegen een concreet bestemmingsplan om ergens één of meerder windturbines neer te zetten. Maar de bestuursrechter zal voor wat betreft de keuze van de locatie dan alleen toetsen of die binnen de structuurvisie past. De actiegroep “Voorthuizen windmolens NEE” heeft onder anderen duidelijk gemaakt dat de speciale geluidsnormen voor windturbines hoge piekbelastingen toestaan. En dat door de complexiteit van de regelgeving inwoners niet kunnen controleren of de geluidsbelasting binnen de normen blijft.

  • Realiseert het college zich dat het voor inwoners erg lastig zal zijn om succesvol in beroep te gaan tegen een eventueel bestemmingsplan tot plaatsing van windturbines als de locatie volgens de structuurvisie geschikt is?  
    Hoe duidt het college deze beperking aan juridische mogelijkheden om de komst van 1 of meerdere windturbines tegen te houden?
  • Is dit niet onwenselijk gelet op de grote negatieve impact van windturbines op de leefomgeving en het welzijn van inwoners door geluidsoverlast en slagschaduw?  
    Op welke wijze gaat het college inwoners beschermen tegen slagschaduw, landschapsvervuiling en geluidsoverlast?  
    Barneveld is een toeristische gemeente. Hoe gaat het college de ondernemers in de toeristische sector beschermen tegen economische schade?
  • De “mee-denk” en informatie bijeenkomsten zijn gepland op 2, 3 en 5 juli aanstaande. Het college stelt in haar persbericht dat zij de vragen, opmerkingen en suggesties van de inwoners belangrijk vindt.
    Waarom worden deze bijeenkomsten dan begin juli gehouden, wanneer veel inwoners met vakantie zijn? 


Vriendelijke groeten, 
 
Namens de fractie van Lokaal Belang,
Gonda Lenters 

25 juni 2018

Lees verder